bureaustoelen arbo
De Rijksgebouwendienst experimenteert met nieuwe gebouwtypen, zoals het satelliet- en het hotelkantoor. Deze typen zijn gericht op tijdelijk gebruik door medewerkers van verschillende diensten. Het in Haarlem in aanbouw zijnde, zogenaamde dynamische kantoor is in feite een variant op het coconkantoor. De verbijzondering komt vooral voort uit het exploiteren van de randvoorwaarden in de stedenbouwkundige situatie. Ten eerste is het een diep kantoor, vijfentwintig meter, zodat het voldoende massa en wand maakt om voor het station een plein te laten ontstaan. Ten tweede wordt het gebouw op de hoek van het plein ontsloten. In combinatie met de reeks verspringende lichthoven van zeven bij zeven meter, die de middenzone van voldoende daglicht moeten voorzien, wordt de diagonaal in de diepe ruimtes benadrukt en ontstaat een vanzelfsprekende ruimtelijke differentiatie. Ten derde is in het gebouw een passage naar het station opgenomen. Dit is als aanleiding gebruikt om vanaf de entree de ‘begane grond’ met behulp van hellingbanen en plateaus geleidelijk te verhogen, totdat de hoogte van de passage op haast landschappelijke wijze overbrugd is. Hieronder bevinden zich onder andere een satellietkantoor van de Rgd en facilitaire ruimtes ten behoeve van dit verzamelkantoor. Op de entreeverdieping zijn onder andere vergaderfaciliteiten en een kantine gesitueerd. Daarboven liggen de twee kantoorverdiepingen met werkkamers aan de gevel en een collectief te gebruiken middenzone. Een terug liggende opbouw met dakterrassen besluit het geheel. De Rgd experimenteert met nieuwe kantoortypen en andere kantoormeubelen zoals de bureaustoelen arbo , maar tegelijkertijd moet dit in opdracht van Nemeog ontwikkelde kantoor ook marktconform zijn. Alhoewel het in principe mogelijk is traditionele werkkamers langs de gevels en rond de lichthoven te situeren komt de door Uytenhaak geïntroduceerde ruimtelijkheid het best tot zijn recht wanneer vastgehouden wordt aan het cocon concept, zodat de middenzone bestemd kan blijven voor collectief gebruik.
Voor de Rgd zijn besparing op huisvesting en milieu en aansluiten op een eigentijdse manier van werken de belangrijkste uitgangspunten. Voorafgaande aan de definitieve inrichting is geëxperimenteerd met verschillende proefopstellingen. Onderscheiden worden: kleine werkkamers, kleine werkcoupé’s voor individueel geconcentreerd werk, zitjes voor informeel overleg en vergaderkamers. Er wordt gebruik gemaakt van één centraal archief, de bibliotheek, die zich in de middenzone bevindt. De inrichting wordt gerealiseerd met een modulair systeem. Modules bestaan uit een scheidingswand van 3.60 meter haaks op de gevel, transparante verlengstukken voor wanden en standaard glazen kopwanden, die de openheid binnen de organisatie benadrukken. Toewijzing van werkplekken gebeurt bij het secretariaat, waar ook de persoonlijke ‘wissel-, werkplektrolleys’ staan. Deze bestaan uit een mobiel ladenblok met ruimte voor post en mobiele telefoon. Het coconconcept wordt hier minder radicaal doorgevoerd dan bij Interpolis in Tilburg, waar geen proefopstellingen gemaakt zijn, de privéruimte beperkt is tot een koffer en de ‘cleandesk procedure’ de enig sturende regel is. Bij de Rijksgebouwendienst is veel overleg met de verschillende afdelingen over bijvoorbeeld de hoeveelheid en plaats van de archiefruimte. Kamers worden door speciaal ontwikkelde kasten meer of minder van de middenzone afgescheiden. Er wordt overwogen om één- ook tweepersoonskamers op te nemen, waardoor het verschil met een gangbaar standaardkantoor kleiner wordt. Aan de inrichting wordt echter nog steeds gesleuteld. Het gebouw wordt volgend voorjaar in gebruik genomen.
Gepost op 20 January 2010 door Goede
Geplaatst onder: Bedrijfnieuws | Comments Off