Een zebravink heeft honderden erfelijke eigenschappen. Zoals eerder gezegd:
ligt deze informatie op maar 18 chromosomen. Er moeten dus meer erfelijke eigenschappen per chromosoom liggen. Dit gebeurt door middel van genen. Een gen is een deel van een chromosoom dat de informatie bevat voor maar één erfelijke eigenschap. Elk chromosoom bevat dus veel genen.
In de inleiding heb ik verteld dat de chromosomen in een
lichaamscel paarsgewijs voorkomen en dat ze gelijk aan
elkaar zijn. Deze chromosomen bevatten dus ook de genen
voor dezelde erfelijke eigenschappen. "De genen komen in
genenparen voor" (zie afbeelding). Een genenpaar bevat de
informatie voor één erfelijke eigenschap.
Wanneer we gaan kijken naar een geslachtscel zien we dat
er maar 9 chromosomen per cel liggen. Dit komt doordat in
een eerder stadium de cel door midden in gesplitst (meiose).
Hierbij
komt van elk chromosomenpaar maar één chromosoom in de geslachtscel. Wanneer een mannetje het vrouwtje heeft bevrucht smelten de eicel en de zaadcel samen en ontstaat er weer een volwaardige cel, die weer 18 chromosomen telt. In deze cel komen dus 9 chromosomen van het mannetje en 9 van het vrouwtje.
Om een volwassen vogel te worden moet deze cel nog heel wat groeien. Dit gebeurd door middel van celdelingen (mitose). Dit proces verloopt in drie fasen:
- De erfelijke eigenschappen in de cel worden verdubbeld,
- Het verdubbelde erfelijke materiaal word verdeeld over de 2 toekomstige cellen.
- Deling van het cytoplasma, er ontstaan 2 dochtercellen.