In het vorige onderdeel heb ik verteld dat er voor elke erfelijke eigenschap
een
genenpaar bestaat. Het is echter niet zo dat deze genen altijd dezelfde
informatie
bezitten. Wanneer we bijvoorbeeld gaan kijken
naar de snavel
van een "gewone"
zebravink of die van een
geelsnavel, zien
we een duidelijk
verschil. Dit word veroor-
zaakt
doordat er een
ander gemu
teerd"
gen op de plek zit,
die de
kleur van de
snavel
bepaald.
Er zijn
dus genen voor
een rode/
oranje
snavel en
genen voor
een
gele
snavel. Bij
sommige
vogels
bestaat
het
genenpaar
voor
de snavelkleur
uit twee
genen
voor
rode/oranje snavels.
Bij
anderen
bestaan
de genen
weer
uit 2 genen voor gele
snavels
(beide homo-
zygoot, dit
betekend dat ze op beide
genen
dezelfde erfelijke
factor
bezitten).
Een genenpaar kan
ook
heterozygoot zijn, dit
betekend dat
het
genenpaar bestaat uit twee verschillende
genen
(zie
afbeelding).
In vrijwel elk chromosomenpaar heb
je te maken
met één of
meerdere heterozygote genenparen
(zie afbeelding).
Ik heb ook al verteld dat in de geslachtscellen de genen maar enkelvoudig voorkomen. De geslachtscel bevat van elk genenpaar dus maar één gen. Dit
geld ook voor de heterozygote genenparen. Welk van beide
genen in de geslachtcel terechtkomt, is afhankelijk van het
toeval. In onderstaande afbeelding is een voorbeeld gegeven
van het ontstaan van een geslachtscel. In dit geval gebruiken
we als voorbeeld 3 chromosomen, waarvan 2 ongelijke genen
bevatten. Je ziet dat er al redelijk veel mogelijkheden zijn.
Wanneer we uit waren gegaan van het volle aantal chromoso-
men, waren de mogelijkheden nog veel groter geweest.